Over introductie, miscommunicatie en vriendschap

Kattenmanieren februari 2015
Tekst: Marieke van der Burgt en Eline Teygeler.
Foto’s: Ron Baltus

Katten kunnen in veel gevallen prima met andere dieren samenleven. Sterker nog, katten gaan soms bijzondere vriendschappen aan met andere diersoorten. In dit artikel worden de achtergronden van een goede omgang tussen katten en andere diersoorten besproken en worden tips gegeven om katten te laten wennen aan andere diersoorten.

Verschillen tussen diersoorten kan tot miscommunicatie leiden

Dieren communiceren op verschillende manieren. Katten hebben hun eigen lichaamstaal en deze kan afwijken van de lichaamstaal van andere diersoorten. Zwiepen met de staart geeft bijvoorbeeld aan dat een kat geïrriteerd of opgewonden is. Het kwispelen van de staart heeft in de hondenwereld een andere betekenis; bijvoorbeeld een brede ontspannen kwispel vertelt juist dat de hond vriendelijk is. Wanneer de hond op zijn rug gaat liggen en dus zijn buik bloot geeft, vertoont hij meestal onderdanig gedrag. Een kat die op zijn rug ligt met de buik vertoont geen onderdanig gedrag; hij is ontspannen of het is een goede verdedigingshouding. De verschillen in de lichaamstaal kunnen leiden tot miscommunicatie tussen hond en kat en uiteindelijk ervoor zorgen dat de beide dieren niet plezierig samenleven.
Een ander verschil tussen diersoorten is de manier waarop dieren van nature leven. Dieren die in groepen leven hebben vaak een veel breder patroon in de communicatie ontwikkeld dan dieren die solitair leven. Groepsdieren zullen om deze reden ook sneller innige vriendschappen aangaan met andere diersoorten. De kat is van nature geen sociaal levend dier zoals een hond, echter is wel flexibel in het samenleven met verschillende diersoorten, met name mens en hond.

Prooi- of roofdier

Als laatste is er nog een groot verschil tussen dieren onderling, namelijk of het een prooidier of een roofdier betreft. Prooidieren zijn dieren waar andere dieren op jagen. Door deze achtergrond zijn prooidieren constant op hun hoede, zeker in situaties die voor dat dier onbekend zijn. Ze houden hun omgeving goed in de gaten en hierdoor is de kans groter om een roofdier bijtijds te signaleren. Een goed voorbeeld van een prooidier is een konijn. Wanneer een konijn aan een kat moet wennen is het van groot belang dat er goed op de veiligheid van het konijn wordt gelet. In de ogen van het konijn is de kat een roofdier. Roofdieren zijn dieren die op andere dieren jagen om in hun voedselbehoefte te voorzien. Prooidieren voelen zich sneller bedreigd en dit kan de introductie vertragen. Een kat is een roofdier, maar zal zich een prooidier voelen wanneer hij moet wennen aan een groter roofdier waaronder een hond. In dit geval zijn de rollen omgekeerd en zal er bij een introductie goed gelet moeten worden aan de veiligheid van de kat.

Socialisatie: een goede start is het halve werk

De socialisatiefase is zonder twijfel de belangrijkste fase in het leven van het jonge dier. De socialisatieperiode bij katten start ongeveer als een kitten rond de 3 weken oud is en eindigt zo rond de 16 weken. In deze periode leren kittens allerlei belangrijke zaken voor later; vooral sociale contacten met soortgenoten. Dat gaat relatief gemakkelijk, want in deze periode zijn kittens nog nieuwsgierig en onbevangen in het zoeken van sociaal contact. Bovendien herstellen ze snel na een schrikreactie.
In de eerste helft van de socialisatieperiode (ongeveer tot 7 weken) heeft het kennismaken met andere diersoorten een grotere impact dan daarbuiten. Dus kennismaken in de eerste weken met honden, konijnen en andere dieren waarmee ze in de toekomst vertrouwd moeten zijn heeft veel voordelen. Door contact met andere diersoorten zal het kitten zijn sociale vaardigheden ontwikkelen en leert hij de taal van andere dieren beter begrijpen. Daarbij is het wel van belang dat de moeder het goede voorbeeld kan geven. Anders is het beter dat zij niet bij de nieuwe indrukken aanwezig is.
Omdat de meeste kittens een groot gedeelte van de socialisatieperiode bij de moederpoes en de fokker zijn, is het van belang dat daar al een goede basis wordt gelegd voor het leggen van contact met andere diersoorten. Overigens geldt dit ook voor contact met muizen en vogels. Wist je dat kittens die opgroeien tussen de muizen later niet jagen op dit soort muizen? Het prooi instinct is overigens wel zodanig dat andere soorten muizen wel bejaagd gaan worden.
De leereffecten van de socialisatieperiode zijn langdurig en gebrek aan ervaringen zijn vaak moeilijk terug te draaien.

Een eerste indruk kun je maar één keer maken

Dieren die van jongs af aan samenleven met andere dieren ontwikkelen sneller een nauwe band. Niet iedere kat heeft echter de mogelijkheid om van jongs af aan positieve ervaringen op te doen met andere dieren. Sommige katten hebben zelfs slechte ervaringen opgedaan. Denk hierbij aan een kat die al diverse keren in een boom is geëindigd, omdat hij door een hond achterna werd gezeten. Dan is de introductie met een hond een grotere uitdaging.
Het meest belangrijk bij de introductie van een dier bij je kat is dat de eerste indruk relatief goed verloopt. Zet ze niet zomaar bij elkaar. Natuurlijk kan het goed gaan, maar stel dat het niet goed verloopt, dan is de eerste indruk niet goed verlopen en ben je langer bezig. Of, en dat komt voor bij sommige dieren, ze kunnen nooit meer met elkaar samenwonen. Bereid je dus voor op een goede introductie tussen jouw kat en zijn nieuwe huisgenoot.

Kat en hond introduceren

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat vriendschap tussen honden en katten de grootste kans van slagen heeft als de hond later zijn intrede doet in het huis dan de kat. Voor dit artikel gaan we er vanuit dat de hond geen problemen heeft en gesocialiseerd is met katten. Hij mag dus geen verleden hebben met jagen op katten.

Bij een introductie van een hond aan een kat is de kat de zwakste schakel. Het is van uiterst belang dat de kat zich zoveel mogelijk veilig voelt en dat er dus een goede controle moet zijn over de hond. De kat zal dus ook het tempo van de introductie bepalen. Kom niet zomaar naar binnen lopen met de hond terwijl de kat op de keukentafel zit. Zorg ervoor dat de kat een veilige plek heeft, bijvoorbeeld even op een apart kamertje, zonder dat hij naar beneden kan komen. Laat de hond nu zijn nieuwe omgeving verkennen.
Is de hond tot rust gekomen? Dan kan er worden gestart met het uitwisselen van de geuren van de beide dieren. Laat de kat wennen aan de geur van de nieuwe huisgenoot. Sommige katten kunnen erg schrikken van de geur van een hond. Probeer dit moment niet te forceren. Dit is namelijk de eerste stap om de kat positief te gaan associëren met de nieuwe hond. Positieve associaties kunnen gemaakt worden door de geur van de hond samen met extra lekker voedsel of een spel aan te bieden. Het hangt natuurlijk heel sterk van het karakter van de kat hoe vaak deze handeling herhaald moet worden.
De kat mag, als hij geen agressie vertoont op het ruiken van de hond, op eigen tempo de woning gaan verkennen. Het blijft natuurlijk ten alle tijden belangrijk om te zorgen voor de veiligheid van beide dieren. Het komt namelijk wel eens voor dat katten agressie vertonen naar honden. Lijn de hond daarom de eerste keer/of keren aan en zorg ervoor dat de kat hogere plekken heeft om te schuilen en rustig te wennen aan de aanwezigheid van de hond. Een traphekje, een hordeur of een bench waar de hond tijdelijk in verblijft kunnen zorgen voor meer veiligheid tijdens de eerste kennismaking(en). Als je weet te voorkomen dat de kat schrikt van de hond en wegrent, heb je zoveel meer voorsprong. Voorkomen is altijd beter dan genezen!
Laat de dieren de eerste periode niet alleen zonder toezicht. Bij sommige combinaties is het van belang om deze regel altijd te hanteren.

Katten en andere dieren aan elkaar wennen

Er zijn natuurlijk veel meer huisdieren waar katten mee samen kunnen leven. Bij de introductie bij andere dieren is het van belang om de veiligheid eveneens te optimaleren en proberen om de dieren positief aan elkaar te laten associëren. Wees ook realistisch; moet de parkiet los vliegen als de kat los is? Hoe kleiner de vogel, hoe groter de kans op jaaggedrag van de kat. Voorkomen in dit geval is dus beter, kat opsluiten als parkiet los mag vliegen. Bij een grotere vogel zoals een papegaai is het risico kleiner.
In het geval van een konijn die dagelijks losloopt, is het introduceren aan elkaar wel belangrijk. Zoek naar een juiste beloning voor beide dieren. Een konijn kan zich bedreigd voelen door een kat. Geef een konijn daarom altijd een schuilgelegenheid in zijn kooi en zorg dat de kat niet de hele dag naast de kooi kan zitten om te loeren. In deze situatie is het konijn het dier wat kan wegrennen en een jaagreactie kan oproepen bij de kat. Dit voorkom je door het konijn pas los te laten als deze gewend is aan de kat, dus niet meer gaat schuilen. Laat het konijn eerst los op een kleiner stukje rondom zijn kooi en geef zowel konijn als kat iets lekkers als afleiding.

Blijf altijd goed kijken naar de dieren: zij geven het tempo aan van de introductie. Angst en agressie zijn serieuze signalen dat de introductie te snel verloopt, pas het tempo dan direct aan. Voorkom zoveel mogelijk dat dieren elkaar najagen. Het is fijn als dieren elkaar na een introductie tolereren en met rust laten. Nog fijner is het als dieren met elkaar een interactie aangaan; de kat en hond die bij elkaar slapen of het konijn en de kat die al spelend achter elkaar rennen.

 

Locatie

Marieke van der Burgt
De Hemel 4
5465 RB Veghel – Zijtaart

Openingstijden

Alleen op afspraak

Neem contact op


Tel. 0413-852334
Tel. 06-21981822

info@mariekevanderburgt.nl

Aangesloten bij

Erkend door